Citroenparkieten - Johan de Pender

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Overige
 

De Citroenparkiet hoort net als bv. de Catharinaparkiet tot het geslacht van de diksnavelparkieten. Het is een Zuid-Amerikaanse vogel die in vier ondersoorten voor komt. Door hun formaat en hun rustige karakter zijn ze zeer geschikt voor de kleinbehuisde vogelliefhebbers. Ze zijn graag in gezelschap van soortgenoten en huisvesting en kweek in kolonieverband is goed mogelijk.

Er zijn vier ondersoorten en wel:

Bolborhynchus a.aurifrons
= nominaatvorm of de Citroenparkiet. Deze vogel leeft in Midden-Peru langs de kustgebieden en langs het Andesgebergte.

Bolborhynchus a. robertsi
= Roberts parkiet. Deze ondersoort wordt teruggevonden in het noordwesten van Peru.

Bolborhynchus a. margaritae
 = Margarita parkiet. Deze ondersoort komt voor in zuidelijk Peru,Chili, Midden – Bolivië  en in het noordwesten van Argentinië.

De laatste ondersoort is de Bolborhynchus a. rubirostris
=  Roodsnavel parkiet die zich ophoudt in het oostelijk deel van het Andesgebergte in het noorden van Argentinië en Midden - Chili.

 
 

Verspreiding: In zijn verspreidingsgebied wordt de Citroenparkiet aangetroffen tot op hoogten van liefst 4500 meter. De daar aanwezige ijle berglucht wordt door de vogels goed verdragen en veel auteurs zien precies hierin de reden waarom de destijds ingevoerde vogels nauwelijks konden aarden in onder meer Europa. Hier hebben we nu geen last meer van er zijn nu voldoende eigen gekweekte vogels. Volgens meerdere  ornithologen is de Citroenparkiet een veel voorkomende en zeer verspreide soort die zich in vier beschreven ondersoorten wist te ontwikkelen. Zijn biotoop bestaat zowel uit droge en bosrijke gebieden maar ook uit de kustvlakten. Buiten de broedtijd wordt er in kleine zwermen geleefd en voeden doet de citroenparkiet zich met zaden,bessen,vruchten en bloemknoppen van de bomen. De Citroenparkiet heeft in verhouding tot het lichaam lange en scherpe vleugels waarmee hij zich zeer behendig en snel voortbeweegt. Karakteristiek is verder dat tijdens het vliegen telkens weer schrille geluiden worden geslaakt. In de natuurlijke biotoop strekt de broedtijd zich uit van oktober tot januari. Het gebeurt dat er in los kolonieverband wordt gebroed maar het gebeurd ook dat een paartje zich afzondert om alleen een nest groot te brengen. In de wildbaan bevindt dit nest zich in boomholten, tussen rotsspleten maar het valt voor dat er gewoon een gat wordt uitgegraven in de aarden wallen.

Beschrijving: Citroenparkiet - Formaat: 18 cm waarbij de staart een lengte heeft van 75 – 90 mm. Ringmaat: is 4mm. Geslachtsonderscheid: Er bestaat uiterlijk verschil tussen beiden geslachten. De poppen bezitten geen geel op voorhoofd, teugels, wangen en buik. De nominaatvorm  wordt ook wel eens aangeduid met goud voorhoofd -citroenparkiet  vanwege de “goudgele” kleur van de kopbevedering. De lichaamskleur is overwegend groen; voorhoofd, wangen, keel, hals en bovenzijde van de borst zijn “citroengeel”. De dijen zijn geelachtig groen, de ondervleugeldekveren blauwachtig groen, de vleugelranden violetblauw. De onderzijde van de staart is blauwachtig grijs van kleur. De snavel is hoornkleurig. Rond de ogen bevindt zich een smalle naakte grijze oogring. De iris is bruin. De washuid boven de  snavel  en de poten zijn vleeskleurig.

De Roberts parkiet - Formaat: 18 cm waarbij de staart een lengte heeft van 80 – 95 mm. Ringmaat: 4 mm. Geslachtsonderscheid: Als bij de nominaatvorm,maar duidelijk minder geel op voorhoofd, wangen, keel, hals en bovenzijde van de borst. Het geel is ook minder warm van kleur. Verder is deze ondersoort in het geheel wat donkerder groen van kleur. De poppen bezitten geen geel op voorhoofd, teugels, wangen en keel.

De Margarita parkiet - Formaat: 20cm, waarbij de staart een lengte heeft van 65 – 80 mm. Ringmaat: 4mm.  Geslachtsonderscheid: De geslachten zijn vrijwel gelijk. Man en Pop: Als de nominaatvorm, maar groter en zonder geel in de bevedering. De groene kleur is in het geheel wat donkerder van kleur.  Door de kortere staart is de vogel ook qua model duidelijk forser. De poppen lijken op de mannen maar zijn in het algemeen wat donkerder groen van kleur.

De Roodsnavelparkiet (rubrirostris) - Formaat:20 cm, waarbij de staart een lengte heeft van 73 – 82 mm. Ringmaat: 4mm. Geslachtsonderscheid: De geslachten zijn vrijwel gelijk. Man en Pop: beiden zijn volledig groen van kleur. Deze is blauwgrijs  bewaasd en daarmee duidelijk donkerder dan bij de nominaatvorm. De snavel is hoornkleurig roze. De poppen lijken op de mannen maar zijn in het algemeen wat donkerder groen van kleur. De snavel is minder roze hoornkleurig dan die van de man.

Voeding: Een goed zaadmengsel voor grasparkieten met wat aanvulling van agaporniden nemen ze graag tot zich. Ook meerdere keren per week wat fruit en groente.  

 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu